Echo

In de meivakantie van 2021 is Maakweken waarschijnlijk weer zes middagen in het Poptapark.
Van maandag 26 april tot en met zaterdag 1 mei. Elke middag vanaf half twee.
Maak een kunstwerk in het park van het verhaal van de ijdele Narcissus en de praatgrage nimf Echo.


Hoe Echo echo werd (en Narcissus narcis)

Naar Ovidius’ Metamorphosen, vertaling M. D’Hane-Scheltema

Ma: Bergnimf Echo kan alleen nog maar nazeggen wat anderen zeggen.

Het is een straf van oppergodin Hera:
“Jij kan alleen nog napraten. Eigen schuld.
Moet je mij maar niet aan de praat houden
wanneer ik mijn Zeus wil betrappen als hij met andere nimfen ligt te vrijen”.

Arme Echo, ze hoort zichzelf zo graag.

Di: Echo is verliefd. Op Narcissus.

Wie niet trouwens! Jongens en meisjes, goden en godinnen, Narcissus vangt ieders liefde.
Maar Narcissus wil van geen liefde weten. Hij ziet alleen zichzelf graag.
Hij laat zich door niemand aanraken. Hij wijst iedereen af. Ook Echo.

Wo: Als Narcissus op een keer in het bos zijn vrienden zoekt, is Echo daar ook.

Narcissus roept: ‘Is er iemand hier?’
‘Hier!’ roept Echo hem hoopvol toe.
‘Ah’, denkt Narcissus, ‘daar zijn mijn vrienden’.
‘Kom dan, dan gaan we samen’, roept hij terug.
‘Wij samen’, antwoordt Echo blij en ze rent met open armen op hem af.
‘Weg die armen!’, roept Narcissus, ‘Nog liever sterf ik dan dat jij mijn hart mag winnen’.
‘Dat je mijn hart mag winnen’, zucht Echo verdrietig.
Ze rent weg, vol schaamte. Haar liefde wil haar niet, dat is wel duidelijk.

Do: Het meisje is wanhopig. Arme Echo.

Gevangen in haar onmogelijke liefde verstopt Echo zich in de bergen.
Ze eet niet meer, ze slaapt niet meer. Ze kwijnt weg.
Waar Echo was, zijn alleen nog maar haar botten. En haar stem.

Als je roept in de bergen, galmt Echo jou nog altijd na.


Vr: Ook Narcissus wordt hopeloos verliefd. Op zichzelf!

Het is een straf van wraakgodin Nemenis:
“Ook jij wordt onmogelijk verliefd. Eigen schuld. Moet je liefde maar niet afwijzen.”

Narcissus ziet zich in het water.
De spiegel-Narcissus vangt zijn liefde.
Maar spiegel-Narcissus kan van geen liefde weten.
Die laat zich niet aanraken.
Ook door Narcissus niet.
Steeds als Narcissus het probeert, rimpelt hij het water en doet hij spiegel-Narcissus verdwijnen.
‘Waar ben je mijn lief! Kom terug!’
Zijn liefde krijgt hij niet, dat is wel duidelijk.

Za: Narcissus is wanhopig. Arme jongen.

Gevangen in zijn onmogelijke liefde zit Narcissus aan de waterkant.
Hij eet niet meer, hij slaapt niet meer. Hij kwijnt weg.
‘Ai mij!’, zucht Narcissus steeds opnieuw.
Echo is erbij en zucht met hem: ‘Ai mij!’.
‘Mijn onmogelijke lief, vaarwel!’, is het laatste wat Narcissus zegt.
‘Vaarwel’, zegt Echo na.

Waar Narcissus zat, vinden Narcissus’ zussen, waternimfen, alleen nog maar een gele bloem.
Ze rouwen, samen met de bosnimfen.
En Echo rouwt ze stilletjes na.

Als je in het voorjaar aan de waterkant kijkt, vind je er vaak narcissen.

Met de kopjes naar omlaag spiegelen ze zich nog altijd in het water.